In het kort: Een centrale "laadpaalsubsidie" bestaat niet. Voor een laadpaal thuis is er in 2026 geen landelijke subsidie meer, maar voor zakelijke laadinfrastructuur (SPRILA) en VvE's (SVVE) bestaan nog wel gerichte regelingen. DUMAVA voor maatschappelijk vastgoed werkt volgens een onafhankelijke evaluatie van CE Delft (2026) goed, maar dekt laadpalen zelf meestal niet. Wie als vastgoedeigenaar, VvE-bestuur of bedrijf wil investeren in laadpunten, moet dus per regeling en per situatie uitzoeken welke subsidie of fiscale route daadwerkelijk van toepassing is, en op tijd de juiste procedure volgen.

Welke laadpaal subsidies bestaan er in 2026?

Een laadpaal subsidie is een financiële bijdrage van de overheid, een gemeente of provincie in de aanschaf-, advies- of installatiekosten van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. In 2026 zijn er in Nederland drie regelingen relevant: SPRILA voor bedrijven, SVVE voor VvE's en woningcoöperaties, en DUMAVA voor maatschappelijk vastgoed. Voor particulieren is er geen landelijke subsidie meer.

Voor vastgoedeigenaren en installateurs is juist die versnippering lastig. Een schoolbestuur dat op zoek is naar geld voor laadpalen op het parkeerterrein stuit al snel op DUMAVA, terwijl die regeling volgens de regelingtekst van RVO (2024) vooral is gericht op de gebouwschil, installaties en opwek, en niet op laadinfrastructuur zelf.

Bestaat er nog subsidie voor een laadpaal thuis in 2026?

Nee, de landelijke subsidie voor een thuislaadpaal is per 2026 gestopt. Met ingang van 1 januari 2026 heeft het kabinet de SEEH-regeling definitief beëindigd; het budget van circa €50 miljoen dat over de looptijd beschikbaar was, is volledig uitgeput (RVO, 2026). Wie in 2025 geen aanvraag meer heeft ingediend, kan dat bedrag dus niet met terugwerkende kracht alsnog claimen.

Particulieren die toch iets willen terugverdienen op hun laadpaal, kijken in de praktijk vooral naar ERE-certificaten in plaats van naar subsidie: die regeling beloont per geladen kilowattuur en kan oplopen tot enkele honderden euro's per jaar bij een laadpaal met geïntegreerde, MID-gecertificeerde meting.

Welke subsidie is er voor zakelijke laadpalen via SPRILA?

De belangrijkste landelijke regeling voor bedrijven is SPRILA, de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven. In 2026 loopt de aanvraagperiode van 20 januari tot en met 18 december en vergoedt de regeling een vast bedrag per laadpunt op eigen of gehuurd bedrijfsterrein.

SPRILA is bedoeld voor ondernemers en concessiehouders van openbaar vervoer die op eigen of gehuurd terrein laadinfrastructuur willen aanleggen (RVO, 2026). Halverwege 2026 is het budget flink verruimd: op 2 juni 2026 zijn de budgetten verhoogd naar €68,5 miljoen voor nieuwe privé-laadpunten (was €60 miljoen) en naar €45 miljoen voor stationaire batterijen (was €18,5 miljoen), zo meldt RVO (2026).

Voor de aanvraag gelden praktische ondergrenzen en twee verschillende procedures, en precies daar gaat het in de praktijk vaak mis. Het totale subsidiebedrag per locatie bedraagt minimaal €2.500. Vraagt u in totaal minder dan €25.000 subsidie aan, dan dient u de aanvraag achteraf in, binnen maximaal 13 weken na de aanleg. Komt u boven de €25.000 uit, dan moet u de subsidie eerst vooraf aanvragen en goedgekeurd krijgen voordat u de officiële opdracht voor installatie geeft. Wij zien in adviestrajecten regelmatig dat bedrijven al een offerte tekenen of een installateur opdracht geven zodra ze de subsidie mentaal hebben "binnengehaald", terwijl de formele goedkeuring nog niet binnen is. Bij een aanvraag boven de grens van €25.000 betekent dat vrijwel altijd verlies van subsidierecht, omdat RVO de opdrachtdatum toetst.

Een voorwaarde die vastgoedeigenaren vaak over het hoofd zien, is het elektriciteitsnet. Controleer voordat u SPRILA aanvraagt of uw regio te maken heeft met een overbelast net, netcongestie. In de praktijk blokkeert netcongestie een SPRILA-aanvraag niet direct, maar wel de uitvoering: de subsidie wordt toegekend, maar de netbeheerder kan de gevraagde aansluiting of capaciteitsuitbreiding niet op korte termijn leveren, waardoor het project vertraagt of moet worden herontworpen. Bedrijven die dit vooraf laten uitzoeken, kiezen vaak alsnog voor stationaire batterijopslag om binnen de bestaande aansluiting te blijven, of splitsen een groot project in fases die passen binnen de beschikbare capaciteit. Meer achtergrond hierover vindt u in het artikel over netcongestie en de gevolgen voor laadinfrastructuur. Voor kantoorpanden met meerdere gebruikersgroepen speelt dit vraagstuk nog explicieter; daar gaan we dieper op in bij laadinfrastructuur voor kantoorpanden.

Wat kunnen VvE's aanvragen voor laadpalen op de parkeerplaats?

VvE's, woningcoöperaties en woonverenigingen met een eigen parkeergelegenheid kunnen via SVVE een deel van de advieskosten voor laadinfrastructuur vergoed krijgen, plus een vast bedrag per parkeerplaats voor basisinfrastructuur.

De Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE) vergoedt tot 75% van de totale advieskosten inclusief btw, met een maximum van €1.500 (RVO, 2026). Daarnaast is er een aparte vergoeding van ongeveer €100 per parkeerplaats voor de aanleg van basislaadinfrastructuur, bedoeld om de instapdrempel voor grotere complexen te verlagen.

Voor VvE-besturen is dit vaak alleen het startpunt van een langer traject. Eerst moet een adviesrapport worden aangevraagd en betaald, dan volgt besluitvorming in de ledenvergadering, en pas daarna kan de daadwerkelijke aanleg starten. In de trajecten die wij begeleiden zien we dat het grootste tijdverlies zit in de vergaderfase, niet in de subsidieaanvraag zelf: SVVE-goedkeuring is administratief relatief snel geregeld, maar een VvE die pas na de vergadering start met offertes vragen, verliest al snel een half jaar. Besturen die het advies en de eerste offertes al vóór de vergadering laten opstellen, houden het proces aantoonbaar korter.

Wat ons in het beheer dat wij dagelijks doen opvalt, is dat VvE's en bedrijven die vooraf al duidelijkheid hebben over het exploitatie- en facturatiemodel van hun laadpunten, subsidie- en netaanvragen sneller rond krijgen. RVO en netbeheerders vragen expliciet naar wie de laadpunten beheert en hoe de kosten worden doorbelast aan bewoners of gebruikers. Instellingen die dit pas na goedkeuring gaan uitzoeken, lopen vaak alsnog vertraging op in de uitvoeringsfase. De les daaruit: regel het beheer- en facturatiemodel gelijktijdig met de subsidieaanvraag, niet erna.

Van draagvlak binnen de vergadering tot de keuze tussen individuele laadpunten of een gedeeld laadplein: in laadpalen voor VvE's: mogelijkheden en aandachtspunten en de Outlook Mobiliteit 2026 en wat dit betekent voor uw parkeergarage gaan we dieper in op die afwegingen, waaronder de keuze tussen AC- en DC-laden bij grotere complexen.

Valt een laadpaal onder de DUMAVA-subsidie voor maatschappelijk vastgoed?

In de praktijk meestal niet: DUMAVA is bedoeld voor de verduurzaming van gebouwen zelf, zoals isolatie, installaties en opwek, en niet specifiek voor laadinfrastructuur op het terrein eromheen (RVO, 2024). Toch is DUMAVA relevant voor scholen, zorginstellingen, gemeenten en sportverenigingen die tegelijk met hun verduurzamingsplan ook laadpalen willen realiseren.

Een school die via DUMAVA subsidie krijgt voor zonnepanelen en isolatie, kan de laadpalen op het parkeerterrein meestal niet uit datzelfde subsidiebudget financieren. In de praktijk lossen schoolbesturen dit op door de aanleg van laadpalen gelijktijdig te plannen met het DUMAVA-traject, zodat één aannemer beide werkzaamheden uitvoert, terwijl de laadpalen zelf worden bekostigd uit het reguliere onderhoudsbudget, een gemeentelijke duurzaamheidsbijdrage, of SPRILA als het schoolbestuur het parkeerterrein via een aparte entiteit exploiteert. Die combinatie vraagt wel om vroegtijdige afstemming, omdat de aanvraagtermijnen van beide regelingen niet gelijk lopen.

De aanleiding voor deze blog is een recente evaluatie van CE Delft naar de werking van DUMAVA. Uit onderzoek onder gebruikers en signalen van RVO bleek dat sommige onderdelen van de subsidie nog wat toegankelijker konden (CE Delft, 2026). Tegelijk is de conclusie overwegend positief: eigenaren van maatschappelijk vastgoed kunnen de subsidie goed vinden, en grote wijzigingen zijn volgens de evaluatie niet nodig (CE Delft, 2026). Voor laadinfrastructuur specifiek betekent dit dat instellingen niet moeten wachten op een uitbreiding van de DUMAVA-scope, maar nu al een aparte financieringsroute voor laadpalen moeten uitzoeken.

Welke regeling past bij uw situatie?

Welke subsidie of fiscale route relevant is, hangt vooral af van het type vastgoed en wie de laadpunten straks beheert. Onderstaand overzicht geeft een eerste richting; de exacte voorwaarden per aanvraag verschillen per jaar.

Type vastgoedRelevante regelingWat wordt (deels) vergoedBelangrijkste aandachtspunt
Particuliere woningGeen landelijke subsidie (SEEH gestopt); ERE-certificatenVergoeding per geladen kWh, geen aanschafsubsidieMID-gecertificeerde meting nodig voor ERE
Bedrijfsterrein of kantoorpandSPRILAVast bedrag per laadpunt, deels batterijopslagNetcongestie en de grens van €25.000 vooraf/achteraf
VvE of appartementencomplexSVVETot 75% advieskosten (max. €1.500) en circa €100 per parkeerplaatsDoorlooptijd zit vooral in de ledenvergadering
Maatschappelijk vastgoed (school, zorg, gemeente)DUMAVA (gebouw) + separate route voor laadpalenVerduurzaming van het gebouw, laadpalen meestal nietAanvraagtermijnen van beide trajecten op elkaar afstemmen

Veelgestelde vragen over laadpaal subsidie

Wat gebeurt er met mijn SPRILA-aanvraag als het elektriciteitsnet in mijn regio overbelast is?

De subsidie zelf wordt meestal wel toegekend, maar de uitvoering loopt vertraging op omdat de netbeheerder de gevraagde aansluiting of capaciteitsuitbreiding niet direct kan leveren. Onderzoek vooraf naar netcongestie voorkomt dat u subsidie toegekend krijgt voor een project dat u niet op tijd kunt realiseren.

Wat zijn de vervolgstappen nadat SPRILA is goedgekeurd?

Bij bedragen boven €25.000 mag u pas na goedkeuring de officiële installatieopdracht geven; bij lagere bedragen dient u de aanvraag juist achteraf in, binnen 13 weken na de aanleg. Regel het beheer- en facturatiemodel van de laadpunten in dezelfde fase, zodat de uitvoering niet vertraagt.

Hoe lang duurt een SVVE-aanvraag voor een VvE gemiddeld?

De administratieve beoordeling door RVO verloopt doorgaans relatief snel; de meeste tijd gaat verloren in de fase van advies opstellen en besluitvorming in de ledenvergadering. VvE's die offertes en advies al voorbereiden vóór de vergadering, doorlopen het traject aantoonbaar sneller.

Kan ik DUMAVA en SPRILA tegelijk combineren voor hetzelfde project?

Ja, mits het gebouwdeel via DUMAVA en de laadinfrastructuur via SPRILA of een andere route apart worden aangevraagd en verantwoord, omdat DUMAVA laadpalen zelf niet dekt. Stem de aanvraagtermijnen van beide regelingen vroegtijdig op elkaar af, omdat deze niet gelijk lopen.

Is ERE een alternatief voor laadpaal subsidie thuis?

Ja, ERE-certificaten vervangen feitelijk de aanschafsubsidie voor particulieren: in plaats van een eenmalige bijdrage bij aanschaf, levert de regeling een doorlopende vergoeding per geladen kilowattuur, mits de laadpaal MID-gecertificeerde meting heeft.