In het kort: Een energiehub is een samenwerking tussen bedrijven op één locatie die hun opwek, verbruik en opslag van stroom onderling afstemmen, zodat ze minder last hebben van een vol stroomnet. Het kabinet trekt voor de periode 2024-2030 ongeveer 166 miljoen euro uit voor het Stimuleringsprogramma Energiehubs, en vanaf 1 oktober 2026 kunnen ondernemers de nieuwe onderzoekssubsidie EHUB aanvragen bij RVO. Daarnaast is er Flex-e, een subsidie voor bedrijven die hun stroomverbruik flexibeler willen maken. Voor laadinfrastructuur op een bedrijventerrein betekent een energiehub vaak dat laden mogelijk blijft ondanks een vol net, maar geen van beide subsidies betaalt de laadpalen, batterijen of andere apparatuur zelf.
Wat is een energiehub precies?
Een energiehub is een groep bedrijven op of rond hetzelfde terrein die hun elektriciteitsvraag en -aanbod bewust op elkaar afstemmen. Ondernemingen in een energiehub werken intensief samen op het gebied van opwek, transport, opslag, omzetting en verbruik van stroom, bijvoorbeeld op een bedrijventerrein. Een netaansluiting is de kabel en meter waarmee uw pand is verbonden met het elektriciteitsnet; hoe zwaarder die aansluiting, hoe meer stroom u tegelijk kunt afnemen of terugleveren. Netcongestie betekent dat het stroomnet op een bepaalde plek en tijd geen ruimte meer heeft voor extra stroomvraag of -aanbod.
Bedrijven die op hetzelfde deel van het net zijn aangesloten, bijvoorbeeld dezelfde middenspanningskabel, noemt de netbeheerder 'netburen'. Dat is relevant omdat een energiehub in de praktijk vaak wordt gevormd tussen netburen: alleen zij kunnen onderling stroomruimte delen zonder dat het net extra belast raakt. Een energiehub is een van de manieren om lokaal met netcongestie om te gaan, naast bijvoorbeeld batterijopslag of individueel flexibel verbruik.
Welke subsidies zijn er tegen netcongestie?
Er zijn op dit moment twee landelijke subsidies gericht op netcongestie: EHUB voor samenwerkende bedrijven die een energiehub willen onderzoeken, en Flex-e voor individuele bedrijven die hun eigen stroomverbruik flexibeler willen maken. Beide zijn aanvullend op elkaar en richten zich op een andere doelgroep.
EHUB: onderzoek naar een energiehub
Vanaf 1 oktober 2026 opent de subsidie Onderzoek Energiehubs (EHUB), met 9,6 miljoen euro beschikbaar voor onderzoek naar een nieuwe of uit te breiden energiehub. Aanvragen kan van 1 oktober 2026 tot en met 1 mei 2027, en is bedoeld voor samenwerkingen van ondernemingen met een grote elektriciteitsaansluiting, groter dan 3x80 ampère. De regeling kent twee vormen: een verkennende scan voor een nieuwe hub, en een uitgebreidere studie voor de uitbreiding van een bestaande hub met concrete maatregelenpakketten. Het onderzoek geeft u onder meer inzicht in uw flexibel vermogen, oftewel de hoeveelheid elektriciteit in kW die u extra, minder of op een ander moment kunt gebruiken. Het kabinet wil hiermee toewerken naar 500 actieve energiehubs in 2030.
Belangrijk om te weten: EHUB is nadrukkelijk een onderzoekssubsidie. De middelen van het bredere Stimuleringsprogramma zijn bedoeld als procesgeld voor de ontwikkeling van kansrijke initiatieven, niet voor de daadwerkelijke aanleg en exploitatie; die kosten moet een energiehub zelf organiseren. De aanleg van laadpalen, batterijen of andere installaties valt dus niet onder EHUB. U kunt de scan zelf laten uitvoeren, bijvoorbeeld door een of meerdere adviseurs in te huren, of met eigen personeel dat de juiste kennis in huis heeft. Meer details en het aanvraagformulier vindt u op de EHUB-subsidiepagina van RVO.
Flex-e: flexibel elektriciteitsverbruik
Los van EHUB bestaat Flex-e, dat in 2025 voor het eerst openstelde en waarvan de tweede ronde sinds 6 mei 2026 loopt, een subsidie voor grootverbruikers (aansluiting groter dan 3x80 ampère) die last hebben van het overbelaste stroomnet. Flex-e kent drie onderdelen: een flexibiliteitsscan, een haalbaarheidsstudie en subsidie voor het daadwerkelijk uitvoeren van flexibiliteitsmaatregelen. Voor de haalbaarheidsstudie geldt een vergoeding van 50% van de kosten, met een bedrag tussen 10.000 en 125.000 euro. Voor het uitvoeren van maatregelen zelf, zoals opslag of aansturing van installaties, geldt 40% van de kosten, met een bedrag tussen 25.000 en 300.000 euro (voor landbouwbedrijven maximaal 50.000 euro). Deze aanvraagronde loopt van 6 mei tot en met 15 oktober 2026, dus wie hierin geïnteresseerd is, moet snel schakelen.
Anders dan EHUB richt Flex-e zich op één bedrijf, niet op een samenwerking tussen meerdere ondernemingen. Wie behalve netcongestie ook fiscale vragen heeft over laadpalen, vindt een breder overzicht van subsidiemogelijkheden in subsidie laadpaal stapelen: SPRILA, MIA, KIA en SVVE en laadpaal subsidie 2026 voor bedrijven, VvE's en vastgoedeigenaren.
Hoe helpt een energiehub tegen netcongestie op een bedrijventerrein?
Een energiehub verlicht netcongestie doordat bedrijven hun piekmomenten spreiden en overtollige capaciteit onderling delen, in plaats van dat elk bedrijf apart een zwaardere aansluiting claimt. Voor een bedrijventerrein met meerdere kantoren of loodsen die elk laadpalen willen, is dit principe direct bruikbaar: niet elk pand hoeft zijn eigen piekvraag te dekken als buren op andere momenten pieken.
Nederland telt inmiddels bijna 400 initiatieven voor een energiehub, waarvan enkele tientallen actief zijn of in realisatie. Een voorbeeld is energiehub EMCU op bedrijventerrein Lage Weide in Utrecht, waar vijf bedrijven sinds september 2024 hun energiegebruik op elkaar afstemmen om ondanks netcongestie te kunnen verduurzamen en uitbreiden. Van eerste idee tot daadwerkelijke start duurde dit traject bijna drie jaar. Een ander voorbeeld is Smart Energy Hub Hessenpoort in Zwolle, waar het bedrijventerrein werk maakt van een lokaal energieknooppunt. In de haven van Amsterdam wekken zonnepanelen en batterijen zelf stroom op, terwijl een energiemanagementsysteem, ontwikkeld binnen het MOOI-project EIGEN onder leiding van netbeheerder Alliander, de beschikbare capaciteit verdeelt. Hierdoor is in 2023 binnen deze hub 2,1 GWh extra elektriciteit geleverd, en konden zeven bedrijven worden aangesloten die anders onvoldoende transportcapaciteit hadden gehad (Rijksoverheid, Kamerbrief).
Uitgangspunten: de energiehub in de Amsterdamse haven leverde in 2023 2,1 GWh (2.100.000 kWh) extra elektriciteit, waardoor 7 bedrijven konden worden aangesloten die anders onvoldoende transportcapaciteit hadden (Rijksoverheid, Kamerbrief). Gedeeld door het aantal aangesloten bedrijven komt dat gemiddeld neer op zo'n 300.000 kWh (300 MWh) extra ruimte per bedrijf. Dit is een gemiddelde uit één praktijkvoorbeeld; hoeveel ruimte een energiehub op uw eigen terrein oplevert, hangt sterk af van het type bedrijven, het bestaande verbruik en de gemaakte afspraken binnen de hub.
Wie op zoek is naar een bredere aanpak van de netaansluiting van het bedrijventerrein, kan een energiehub combineren met eigen maatregelen zoals opslag of slimme sturing.
Wat komt er praktisch bij kijken om een energiehub op te zetten?
Een energiehub opzetten vraagt vooral tijd, goede afspraken en meestal een duidelijke trekker. Onderzoek naar landelijke energiehub-initiatieven laat zien dat de eerste succesvolle voorbeelden, zoals Hessenpoort, Tholen en Lage Weide, vooral van de grond kwamen doordat een provincie, een regionale ontwikkelingsmaatschappij of een sterke externe partij het voortouw nam. Zonder zo'n regisseur duurt het opzetten van een hub vaak langer, doordat er meerdere partijen met eigen belangen moeten worden meegenomen.
De belangrijkste stappen zijn:
- Breng het gezamenlijke energieverbruik in kaart. Verzamel het huidige en verwachte energieverbruik van alle betrokken bedrijven, en schat in hoe flexibel iedereen kan zijn met verbruik en opwek.
- Zoek uit wie uw netburen zijn. Vraag bij uw netbeheerder na welke bedrijven op hetzelfde deel van het net zijn aangesloten; alleen met hen is een energiehub in de praktijk mogelijk.
- Betrek gemeente en provincie vroeg. Een gemeente kan nodig zijn voor vergunningen of bouwplanning, en een provincie kan soms ondersteuning bieden via een 'hubregisseur' of vergelijkbare coördinator die de samenwerking tussen bedrijven en netbeheerder begeleidt.
- Richt een rechtsvorm en overeenkomsten in. In de praktijk wordt vaak een aparte coöperatie of BV opgericht die met de netbeheerder een groepstransportovereenkomst afsluit, en die met een deelnemersovereenkomst de verdeling van capaciteit en kosten tussen bedrijven regelt.
- Maak vroeg afspraken over eigenaarschap, onderhoud en vertrek. Denk aan wie voor welk onderhoud betaalt, en wat er gebeurt als een deelnemend bedrijf wil uitbreiden of het terrein verlaat.
Onderzoek naar de trage opschaling van energiehubs wijst op een paar terugkerende knelpunten: de complexiteit van contracten, de afspraken die nodig zijn binnen de hub en met de netbeheerder, de onzekerheden rond het oprichten van een hub, en het ontbreken van de juiste kennis bij betrokken bedrijven. Wie dit vooraf onderkent, bijvoorbeeld met een EHUB-scan, voorkomt dat de samenwerking halverwege vastloopt op onduidelijke rollen of verwachtingen.
Waar passen laadpalen in een energiehub?
Laadpalen zijn binnen een energiehub vooral interessant als flexibele stroomvraag: ze kunnen vaak op andere momenten laden dan de piekuren van de bedrijfsprocessen ernaast. Door laden te combineren met load balancing, waarbij laadpunten automatisch de beschikbare stroom onderling verdelen, past laadinfrastructuur beter binnen de ruimte die een hub overhoudt. Dat gebeurt technisch vaak met een energiemanagementsysteem dat sturing geeft aan opwek, opslag en verbruik binnen de hub, vergelijkbaar met de aanpak die in de Amsterdamse haven en bij Hessenpoort wordt gebruikt.
In de praktijk blijkt vaak dat bedrijventerreinen pas serieus naar samenwerking kijken nadat een individuele aanvraag voor een zwaardere aansluiting is vastgelopen op de wachtlijst van de netbeheerder. Wie dit vooraf in kaart brengt, bijvoorbeeld met een EHUB-scan of een flexibiliteitsscan via Flex-e, voorkomt dat de aanleg van laadpalen vertraging oploopt doordat de aansluiting simpelweg geen ruimte meer heeft.
Een batterij op het terrein kan de flexibiliteit binnen een hub verder vergroten, doordat pieken in laadvraag worden opgevangen zonder extra netcapaciteit. Meer hierover staat in het artikel over een batterij als oplossing bij netcongestie. Voor parkeerterreinen en laadpleinen die met soortgelijke knelpunten kampen, is de aanpak bij een laadplein met netcongestie een vergelijkbaar voorbeeld van lokale afstemming.
Energiehub, Flex-e of eigen batterij: welke aanpak past bij uw situatie?
De keuze hangt vooral af van het aantal betrokken bedrijven, de tijdsdruk en of u zelf al over voldoende dakoppervlak of ruimte voor opslag beschikt. Onderstaande tabel zet de belangrijkste routes tegen netcongestie naast elkaar.
| Aanpak | Voor wie | Wat het regelt | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| EHUB-subsidie (vanaf 1 okt. 2026) | Samenwerkende bedrijven met grote aansluiting (>3x80A) | Onderzoek naar haalbaarheid van een gezamenlijke energiehub | Dekt geen aanleg van laadpalen of batterijen |
| Flex-e-subsidie (tot 15 okt. 2026) | Individuele grootverbruiker met netcongestieprobleem | Scan, haalbaarheidsstudie of uitvoering van flexibiliteitsmaatregelen | Aanvraagronde sluit relatief snel; niet te combineren met vergelijkbare regionale subsidies, wel met de EIA |
| Eigen batterij of load balancing | Eén vastgoedeigenaar of bedrijf | Directe verlichting van de eigen aansluiting | Geen samenwerking nodig, wel een eigen investering |
Voor wie geen van deze routes op korte termijn haalbaar acht, blijft afwachten op netverzwaring een optie, maar de wachtlijsten bij netbeheerders lopen in veel regio's op. Dat maakt afwachten eerder een risico dan een strategie.
Veelgemaakte fouten bij het opzetten van een energiehub voor laadinfrastructuur
Bij de eerste stappen richting een energiehub gaat het vaak mis op een paar herkenbare punten.
- Laadpalen bestellen voordat de haalbaarheid is onderzocht. Zonder een scan van het gezamenlijke elektriciteitsgebruik blijkt achteraf soms dat de beoogde laadpunten alsnog niet passen binnen de afgesproken capaciteit. Eerst de scan, dan pas de bestelling voorkomt teleurstellingen.
- Ervan uitgaan dat de subsidie de laadpalen betaalt. EHUB financiert uitsluitend het onderzoek, niet de hardware of installatie, en de middelen van het bredere Stimuleringsprogramma zijn evenmin bedoeld voor de realisatie- en exploitatiefase. Wie dit niet vooraf helder heeft, begroot de businesscase verkeerd.
- Te laat starten met de samenwerking. Een energiehub vraagt afstemming tussen meerdere ondernemingen; dat kost tijd, zoals ook blijkt uit voorbeelden waar het traject van idee tot start jaren duurde. Vroeg beginnen met buurbedrijven voorkomt dat de aanvraagtermijn tot 1 mei 2027 in de knel komt.
- Geen afspraken maken over eigenaarschap en onderhoud. Wie pas achteraf bespreekt wie voor welk onderhoud betaalt of wat er gebeurt als een bedrijf vertrekt, loopt het risico op discussies die de samenwerking vertragen of zelfs stuklopen.
- Alleen naar de aansluiting kijken, niet naar de laadstrategie. Een hub lost ruimte op het net op, maar zonder slimme sturing van de laadpalen zelf blijft de piekvraag hoog. Load balancing en gespreid laden zijn nodig om echt profijt te hebben van de extra ruimte.
Voor kantoren en bedrijfspanden die naast netcongestie ook fiscale of praktische vragen hebben over laadinfrastructuur, biedt laadinfrastructuur voor kantoren en bedrijfspanden een breder overzicht. Vastgoedeigenaren met een parkeerterrein of laadplein waar meerdere huurders gebruik van maken, vinden meer context bij laadinfrastructuur voor parkeerterreinen en laadpleinen.
Een energiehub is geen kant-en-klare oplossing die bedrijven zelf zonder ondersteuning hoeven op te zetten. De praktijk rond laadpalen op bedrijventerreinen laat zien dat een goed doordachte laadstrategie, inclusief slimme verdeling van beschikbare stroom, minstens zo belangrijk is als de subsidie zelf. Wie overweegt laadpalen te plaatsen binnen of naast een energiehub, doet er goed aan dit gelijk mee te nemen in het gesprek over de netaansluiting en het beheer. Een vrijblijvende offerte geeft inzicht in wat concreet mogelijk is op de eigen locatie.




