In het kort: SPRILA is de subsidieregeling waarmee bedrijven, VvE's met zakelijke ruimtes en OV-concessiehouders subsidie krijgen voor laadinfrastructuur en batterijopslag op eigen of gehuurd terrein. De regeling opende op 20 januari 2026 met een budget van 122,5 miljoen euro en loopt tot en met 18 december 2026, zonder het plafond van 350.000 euro per aanvrager dat in 2025 nog gold. De aanvraagroute hangt af van het bedrag: onder 25.000 euro vraagt u aan ná aanleg, daarboven juist vooraf. Wie die volgorde omdraait, loopt het risico de subsidie helemaal mis te lopen.

Laadpaal subsidie 2026: wat is SPRILA en voor wie geldt de regeling?

SPRILA staat voor Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven. De regeling is bedoeld voor ondernemers en concessiehouders van openbaar vervoer die laadpunten of batterijopslag aanleggen op eigen of gehuurd terrein, niet voor openbare laadpalen langs de weg (RVO, 2026). Het totale budget voor 2026 bedraagt 122,5 miljoen euro, aanvragen kan van 20 januari tot en met 18 december 2026 (RVO, 2026).

Het budget is verdeeld over drie onderdelen: 68,5 miljoen euro voor de aanleg van AC- en DC-laadinfrastructuur, 45 miljoen euro voor stationaire of geïntegreerde batterijopslag en 9 miljoen euro specifiek voor OV-concessiehouders en touringcarbedrijven (RVO, 2026). Voor kantoorpanden, bedrijfspanden en parkeerterreinen is vooral het eerste onderdeel relevant: werkgevers die laadpunten op het eigen kantoor- of bedrijfspand willen plaatsen, vallen onder deze categorie. Op een bedrijventerrein met meerdere laadpunten kan ook het batterijonderdeel interessant zijn, zeker als de netaansluiting beperkt is. Een netaansluiting is de fysieke verbinding tussen uw pand en het elektriciteitsnet, met een vastgesteld maximumvermogen.

Hoe vraagt u SPRILA-subsidie aan in 2026?

De aanvraagroute hangt af van het verwachte subsidiebedrag: onder 25.000 euro vraagt u aan ná aanleg, boven 25.000 euro vraagt u vooraf aan met een niet-ondertekende offerte. Deze volgorde is cruciaal, want een verkeerde volgorde kan de aanvraag ongeldig maken.

Bij een subsidiebedrag onder 25.000 euro laat u de laadinfrastructuur eerst aanleggen. Daarna dient u de aanvraag in, binnen hetzelfde kalenderjaar of binnen 13 weken na afronding van de aanleg (RVO, 2026). Verwacht u een hoger bedrag, dan moet u vooraf aanvragen op basis van een offerte die nog niet is ondertekend. Dit volgt uit de Europese staatssteunregels, de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV), die vereisen dat subsidie een stimulerend effect heeft: kosten die u vóór de aanvraag al maakte, komen niet meer in aanmerking. Voor beide routes heeft u minimaal eHerkenning niveau 3 nodig, een manier om online met de overheid in te loggen die een hoger beveiligingsniveau vereist dan de basisvariant (RVO, 2026).

Een praktijkvoorbeeld maakt dit concreet. Stel: een kantoorpand met twaalf parkeerplekken wil vier AC-laadstations plaatsen, elk een duopaal vanaf tweemaal 11 kW (twee laadpunten per paal). Voor een mkb-onderneming levert zo'n duopaal 1.600 euro subsidie op, dus vier stations samen 6.400 euro (RVO, 2026). Dat bedrag valt ruim boven de ondergrens van 2.500 euro, maar nog onder de grens van 25.000 euro. Deze aanvraag loopt dus via de route ná aanleg. Juist bij dit soort bedragen komt het bestuur of de facilitair manager er vaak pas tijdens het invullen van het aanvraagformulier achter dat eHerkenning niveau 3 nog geregeld moet worden, terwijl de laadpunten al in gebruik zijn.

Een veelvoorkomend patroon bij de aanvraagroute boven 25.000 euro is dat de installateur al wordt ingepland voordat de subsidieaanvraag rond is. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn: na het indienen van de aanvraag mag u al met de werkzaamheden starten, inclusief het aangaan van verplichtingen, zolang de offerte zelf nog niet ondertekend is. Wie dit vooraf afstemt met de installateur, voorkomt vertraging of het mislopen van subsidie.

Een ander punt waar organisaties tegenaan lopen, is de tijd die eHerkenning niveau 3 kost. U vraagt dit aan bij een erkende leverancier, en afhankelijk van de leverancier en de gekozen verificatiemethode kan dit enkele werkdagen tot enkele weken duren. In de praktijk blijkt vaak dat organisaties die al eerder met een overheidsinstantie digitaal moesten inloggen, sneller door de verificatie heen zijn dan organisaties die voor het eerst eHerkenning aanvragen en nog documenten moeten aanleveren voor identiteitscontrole. Begin hier daarom ruim voor de gewenste aanvraagdatum mee, zeker als uw organisatie nog geen eHerkenning op dit niveau heeft.

Welke stappen moet u zetten vóór de aanvraag?

Een SPRILA-aanvraag bestaat uit meer dan alleen een formulier invullen. Wie de voorbereiding in volgorde doorloopt, voorkomt dat de aanvraag vastloopt op een ontbrekend document of een verkeerd moment van indienen.

Voor een aanvraag onder 25.000 euro geeft RVO zelf een indicatie van de tijd die de losse onderdelen kosten: het aanvraagformulier invullen duurt ongeveer 45 tot 60 minuten, het verzamelen van bijlagen zoals offerte, factuur en specificaties ongeveer 45 minuten en het invullen van de mkb-verklaring en de-minimisverklaring ongeveer 60 minuten. Bij een aanvraag boven 25.000 euro komt daar een capaciteitsberekening bij, die 30 tot 60 minuten kost, plus een contract met de netbeheerder waaruit de huidige netcapaciteit blijkt. Deze tijdsinschattingen gaan over het invullen zelf; het verzamelen van offertes, facturen en verklaringen bij uw installateur en netbeheerder kost in de praktijk vaak meer tijd dan de rekentijd van RVO suggereert. Ook het opvragen van het contract met de netbeheerder loopt niet altijd even snel: een veelvoorkomend patroon is dat netbeheerders eerst vragen stellen over de huidige aansluitwaarde en het beoogde gebruik, voordat zij de gevraagde gegevens leveren. Wie dit contact vroeg in het proces legt, voorkomt dat de capaciteitsberekening op het laatste moment vastloopt. Een offerte van de netbeheerder volstaat daarbij overigens niet als onderbouwing van de capaciteitsberekening; RVO vraagt hiervoor een contract waaruit de daadwerkelijke netcapaciteit blijkt.

Een praktische volgorde die veel fout laat lopen is: eerst de laadinfrastructuur bestellen, dan pas kijken of het subsidiebedrag boven of onder de grens van 25.000 euro uitkomt. Andersom werkt beter. Bepaal eerst met de rekentool van RVO of u boven of onder die grens zit, want dat bepaalt of u vóór of ná de aanleg moet aanvragen. Regel daarna eHerkenning niveau 3 als dat nog ontbreekt, vraag bij uw installateur een niet-ondertekende offerte op (bij een bedrag boven 25.000 euro) en vraag bij de netbeheerder het contract met de huidige netcapaciteit op als u ook een capaciteitsberekening nodig heeft. Pas als deze stukken compleet zijn, dient u de aanvraag in.

In de praktijk blijkt dat de 13-wekentermijn bij aanvragen onder 25.000 euro vaker over het hoofd wordt gezien dan verwacht, vooral wanneer de aanleg rond de jaarwisseling wordt afgerond. Een organisatie die de laadpunten bijvoorbeeld eind van het jaar laat aanleggen en de aanvraag pas na de jaarwisseling indient terwijl de 13 weken al verstreken zijn, kan de subsidie dan niet meer claimen. Zet daarom direct na oplevering een concrete datum in de agenda voor het indienen van de aanvraag, in plaats van te wachten tot alle facturen binnen zijn.

Wat zijn de subsidiebedragen en voorwaarden onder SPRILA 2026?

De hoogte van de subsidie hangt af van het type laadstation, het vermogen en de bedrijfsgrootte. De tabel hieronder laat zien hoe het totale budget van 122,5 miljoen euro over de drie onderdelen verdeeld is.

OnderdeelBudget 2026Voor wie
Aanleg AC/DC-laadinfrastructuur68,5 miljoen euroBedrijven, OV-concessiehouders
Stationaire of geïntegreerde batterij45 miljoen euroBedrijven met beperkte netaansluiting
OV-concessiehouders en touringcarbedrijven9 miljoen euroLaadinfra en batterij samen

De subsidiebedragen per laadstation lopen uiteen van 400 euro voor een AC-laadstation van 11 kW bij een groot bedrijf tot 44.000 euro voor een DC-laadstation van 550 kW, met verdubbelde bedragen voor mkb-ondernemingen (RVO, 2026). Voor batterijopslag geldt 60 euro per kWh voor grote ondernemingen of 85 euro per kWh voor mkb, met een maximum van 1.000 kWh (RVO, 2026). Deze bedragen gelden op dezelfde manier voor het zakelijke deel van een VvE-aanvraag: een VvE van een kantoorgebouw valt voor de hoogte van de subsidie onder dezelfde tabel als een regulier bedrijf, mits de laadinfrastructuur uitsluitend door de ondernemingen in het pand wordt gebruikt.

De Europese Unie stelt grenzen aan overheidsgeld dat de concurrentiepositie van een bedrijf kan beïnvloeden; dit heet staatssteun. Daarom geldt voor SPRILA een staatssteunmaximum: grote ondernemingen mogen voor een project maximaal 20 procent staatssteun ontvangen, mkb-ondernemingen maximaal 40 procent (RVO, 2026). Onder de grens van 25.000 euro geldt een lichter regime: dan is sprake van de-minimissteun, een bedrag dat te laag wordt geacht om de concurrentie op de Europese markt te verstoren en dat daarom niet als staatssteun telt. Boven die grens gelden wel de volledige staatssteunregels, met de AGVV als juridisch kader. Ook geldt een ondergrens: het subsidiebedrag per locatie moet minstens 2.500 euro zijn. Een mkb-bedrijf moet daarvoor bijvoorbeeld minimaal vier AC-laadstations van 11 kW plaatsen.

Na toekenning verschilt ook het moment waarop u het geld ontvangt per route. Bij aanvragen onder 25.000 euro stelt RVO de subsidie direct vast en ontvangt u het volledige bedrag in één keer (RVO, 2026). Bij aanvragen vanaf 25.000 euro ontvangt u eerst de helft van het verleende bedrag als voorschot en moet u binnen 24 maanden na dat voorschot de vaststelling met bewijsstukken opsturen. Houd met die termijn rekening bij de planning van het project, zeker als de aanleg door vertraging bij de netbeheerder langer duurt dan verwacht.

Uitgangspunten: een mkb-bedrijf plaatst vier AC-laadstations van 11 kW, het subsidiebedrag bedraagt 800 euro per station voor mkb-ondernemingen (RVO, 2026). Vier stations leveren dan samen 3.200 euro subsidie op, boven de ondergrens van 2.500 euro per locatie (RVO, 2026). Dit is een rekenvoorbeeld op basis van de gepubliceerde RVO-bedragen, geen prijsopgave voor installatie.

Wat is er veranderd ten opzichte van SPRILA 2025?

De belangrijkste wijziging is het verdwijnen van het plafond van 350.000 euro per aanvrager, waardoor grotere vastgoedeigenaren en bedrijven met meerdere locaties niet langer tegen een maximum aanlopen (RVO, 2026). Zonder dat plafond kunnen vastgoedeigenaren met meerdere locaties of grotere parkeerterreinen in één keer meer laadpunten aanvragen dan voorheen, wat een gefaseerde uitrol over meerdere jaren minder noodzakelijk maakt. Het budget van 122,5 miljoen euro voor heel Nederland blijft wel eindig: eerdere subsidieregelingen voor laadinfrastructuur waren regelmatig eerder uitgeput dan de formele sluitingsdatum. Wie serieus overweegt een groter aantal laadpunten te plaatsen, doet er daarom verstandig aan de aanvraag niet onnodig uit te stellen.

Daarnaast zijn nieuwe categorieën laadstations toegevoegd: een AC-laadstation duopaal vanaf tweemaal 43 kW en DC-laadstations vanaf 100 kW en vanaf 550 kW (RVO, 2026). Voor batterijen verhoogt de regeling de maximale C-waarde van 0,25 naar 0,5. De C-waarde is de verhouding tussen het vermogen van een batterij in kW en de capaciteit in kWh (RVO, 2026). Een batterij van 100 kWh met een C-waarde van 0,5 kan dus maximaal 50 kW tegelijk leveren of opnemen; bij de oude grens van 0,25 was dat nog maximaal 25 kW. Hoe hoger de C-waarde, hoe sneller de batterij kan laden en ontladen, en hoe beter deze dus pieken in de laadvraag kan opvangen. Tegelijk daalt het subsidiebedrag per kWh voor batterijen (RVO, 2026). Een batterij wordt vaak gecombineerd met load balancing, het automatisch verdelen van het beschikbare vermogen van de netaansluiting over meerdere laadpunten, zodat niet elke paal tegelijk het maximale vermogen kan vragen. Voor een bredere uitleg van load balancing en batterijoplossingen bij netcongestie is apart achtergrondmateriaal beschikbaar.

Geldt SPRILA ook voor VvE's en bedrijfsverzamelgebouwen?

Ja, maar alleen voor het zakelijke deel. Een VvE van een kantoorgebouw of bedrijfsverzamelgebouw kan SPRILA aanvragen, mits de laadinfrastructuur wordt gebruikt door de ondernemingen in het pand (RVO, 2026). Laadpunten op parkeerplaatsen van bewoners vallen hier nadrukkelijk buiten.

Een veelvoorkomend scenario bij gemengde complexen is dat het bestuur de zakelijke en de woonfunctie door elkaar laat lopen in de aanvraag. Denk aan een parkeergarage waar zowel kantoorhuurders als bewoners een vaste plek hebben, zonder dat vooraf is vastgelegd welke plekken uitsluitend zakelijk gebruikt worden. RVO stelt in zo'n geval doorgaans aanvullende vragen voordat de aanvraag beoordeeld kan worden, wat de doorlooptijd verlengt. Een werkbare aanpak die in de praktijk goed blijkt te werken, is dat het bestuur vooraf op een plattegrond markeert welke parkeerplekken exclusief aan bedrijfsruimtes zijn gekoppeld, en die markering als bijlage bij de aanvraag voegt. Zo'n heldere, op papier vastgelegde scheiding voorkomt dat RVO aanvullende onderbouwing moet opvragen. Woonplekken horen eerder bij de notificatieregeling voor VvE's, terwijl het zakelijke deel via SPRILA loopt. Meer over de keuze tussen zakelijk beheer en het regelen van laadpalen op VvE-niveau staat in de achtergrondpagina hierover.

Kunt u SPRILA combineren met andere regelingen?

Nee, SPRILA sluit combinatie met MIA\Vamil voor dezelfde investering uit. Maakt u gebruik van SPRILA, dan komt die investering niet meer in aanmerking voor de Milieu-investeringsaftrek of Willekeurige afschrijving (RVO, 2026). Op de Milieulijst van 2026 staan elektrische bedrijfsauto's en oplaadpunten daarvoor niet meer, juist omdat SPRILA voor oplaadpunten de aangewezen route is (RVO, 2026). Een vergelijking van verschillende subsidies en hoe ze zich tot elkaar verhouden staat in het overzicht over subsidie stapelen in 2026.

Piekbelasting: batterij inzetten of de netaansluiting verzwaren?

Bij meerdere laadpunten op één aansluiting is niet het gemiddelde stroomverbruik het probleem, maar de piek op het moment dat veel voertuigen tegelijk laden. Welke oplossing dan het beste past, hangt af van hoe vaak en hoe hoog die piek precies is.

RVO gebruikt in de eigen rekenvoorbeelden voor de capaciteitsberekening een herkenbare situatie: een locatie met een netaansluiting van 3x80A en een piekvermogen van 55 kW, waar vijf bestelauto's met elk een accupakket van 113 kWh moeten laden. Worden alle vijf de bestelauto's tegelijk aangesloten, bijvoorbeeld aan het einde van de werkdag, dan is in totaal ongeveer 450 kWh nodig, ver boven wat de aansluiting op dat moment kan leveren (RVO, 2026). Piekbelasting is precies dit: het hoogste vermogen dat op een gegeven moment tegelijk gevraagd wordt. Komt die piek boven wat de aansluiting aankan, dan zijn er grofweg twee opties: de aansluiting verzwaren bij de netbeheerder, of het beschikbare vermogen slimmer verdelen met load balancing en eventueel een batterij.

Welke keuze het beste past, hangt sterk af van de locatie. Het verzwaren van een netaansluiting vraagt doorgaans een aanvraag bij de netbeheerder met een eigen doorlooptijd en kostenpost, en is in gebieden met netcongestie niet altijd op korte termijn mogelijk. Een batterij vraagt een investering vooraf die onder SPRILA deels subsidiabel kan zijn, maar ook onderhoud en ruimte op de locatie vergt. Een batterij die overdag met een lager, constanter vermogen wordt opgeladen en 's avonds tijdens de piek extra stroom aan de laadpunten levert, kan die piekbelasting opvangen zonder dat de netaansluiting zwaarder hoeft te worden. Juist voor dat type project is in 2026 45 miljoen euro subsidie beschikbaar, en de verhoging van de maximale C-waarde naar 0,5 maakt snellere batterijen nu ook subsidiabel. Voor parkeerterreinen en laadpleinen met meerdere laadpunten is de status van de netaansluiting dus een van de eerste dingen om in kaart te brengen; meer achtergrond hierover staat in de pagina over laadinfrastructuur voor parkeerterreinen.

Veelgemaakte fouten bij het aanvragen van SPRILA

Een aantal fouten komt in de praktijk vaker terug bij de aanvraag van SPRILA-subsidie.

  • De offerte te vroeg ondertekenen. Bij een verwacht subsidiebedrag boven 25.000 euro moet de aanvraag vóór ondertekening van de offerte worden ingediend. Een al ondertekende offerte kan de aanvraag ongeldig maken, waardoor het hele traject van capaciteitsberekening en offertes opnieuw doorlopen moet worden en de aanleg maanden kan vertragen. Vraag de installateur om de offerte pas definitief te maken na toekenning, ook al mag de voorbereiding wel al starten.
  • De 13-wekentermijn missen. Bij bedragen onder 25.000 euro moet de aanvraag binnen hetzelfde kalenderjaar of binnen 13 weken na afronding van de aanleg worden ingediend. Wie de aanvraag laat liggen tot na de jaarwisseling, loopt de subsidie definitief mis; een eenmaal verstreken termijn is niet meer te herstellen.
  • Geen rekening houden met de ondergrens van 2.500 euro. Een enkel AC-laadstation bij mkb haalt die drempel vaak niet. Plan daarom het aantal laadpunten vooraf op het benodigde minimum en controleer dit met de rekentool van RVO voordat u een offerte opvraagt.
  • SPRILA en MIA\Vamil tegelijk claimen voor dezelfde investering. Dat is niet toegestaan en leidt tot afwijzing van een van beide aanvragen. Bepaal per investering vooraf welke regeling het meeste oplevert.
  • Geen eHerkenning niveau 3 geregeld hebben. Zonder dit inlogniveau kan de aanvraag niet worden ingediend, en juist bij de route onder 25.000 euro loopt de 13-wekentermijn intussen gewoon door. Dit regelen kost tijd, dus begin daar ruim voor de deadline mee.
  • De administratie na toekenning onderschatten. Na goedkeuring vraagt RVO doorgaans om bewijsstukken waarmee u aantoont dat de laadinfrastructuur ook daadwerkelijk is aangelegd, zoals facturen en opleverdocumenten. Bij een voorschot moet u deze stukken bovendien binnen de gestelde termijn na het voorschot aanleveren. Wie deze documentatie vanaf de start overzichtelijk bijhoudt, voorkomt dat de definitieve vaststelling vertraging oploopt.

Wie de subsidieaanvraag combineert met een doordachte keuze tussen zelf beheren of beheer uitbesteden, voorkomt dat de investering los komt te staan van de exploitatie ervan; de afweging tussen beide modellen staat uitgewerkt op de pagina over zelf beheren of uitbesteden.

Overweegt u een SPRILA-aanvraag voor uw bedrijfsterrein, kantoorpand of parkeerplein? Vraag vrijblijvend een offerte aan om de mogelijkheden en de subsidieroute voor uw specifieke locatie in kaart te brengen.