In het kort: ERE-certificaten zijn emissiereductie-eenheden die u als eigenaar van een laadpaal kunt verdienen voor de duurzame stroom die uw laadpaal levert aan elektrische auto's. Sinds 1 januari 2026 geldt hiervoor de Brandstoftransitieverplichting: de verplichting voor brandstofleveranciers om een deel van hun brandstof te vervangen door hernieuwbare energie, waarvoor zij certificaten kopen bij laadpaaleigenaren. U heeft hiervoor een MID-meter nodig, een speciale meter die officieel is gekeurd op nauwkeurigheid, en meestal werkt u samen met een inboekdienstverlener die de registratie bij de Nederlandse Emissieautoriteit verzorgt. Hoeveel het oplevert, hangt af van de marktprijs van een ERE en is nooit gegarandeerd.
Een ERE-certificaat (emissiereductie-eenheid) is het bewijs dat een bepaalde hoeveelheid duurzame elektriciteit is geleverd aan een elektrische auto. 1 ERE staat gelijk aan 1 kilogram vermeden CO2-uitstoot ten opzichte van fossiele brandstoffen (Rijksoverheid, 2026). Brandstofleveranciers in de transportsector moeten een deel van hun brandstof vervangen door hernieuwbare energie en kopen daarvoor certificaten op. Dat maakt ERE's voor wie elektrische auto's laadt een extra inkomstenstroom.
Wat zijn ERE-certificaten precies?
ERE-certificaten zijn de opvolger van de hernieuwbare brandstofeenheden (HBE's) en tellen mee voor de nieuwe Brandstoftransitieverplichting (BTV). Simpel gezegd: deze wet verplicht brandstofbedrijven om steeds meer hernieuwbare energie in te zetten, en één ERE staat voor één kilogram minder CO2-uitstoot dan bij fossiele brandstoffen. De wettelijke basis staat in titel 9.7 en 9.8 van de Wet milieubeheer, aangepast via Staatsblad 2026, nummer 117 (Officiële Bekendmakingen, 2026). Waar de oude regeling stuurde op volumes hernieuwbare energie, stuurt de BTV op de werkelijke CO2-reductie over de hele keten. Voor 2024 was voor de toenmalige jaarverplichting nog 117 miljoen HBE's nodig, wat een indruk geeft van de omvang van deze markt (open.overheid.nl, rapportage Hernieuwbare Energie voor Vervoer 2024).
Wie kan ERE-certificaten aanvragen?
Iedereen met een eigen laadpaal en een energiecontract op zijn naam kan in aanmerking komen, mits de laadpaal de geladen stroom nauwkeurig registreert. Dat geldt voor particulieren, maar ook voor VvE's, kantoren en eigenaren van bedrijfsparkeerterreinen met meerdere laadpunten. Wilt u extra inkomsten verdienen aan uw laadpunten met ERE-certificaten? Dan moet u geregistreerd staan als houder van het energiecontract en heeft uw laadpunt een ingebouwde MID-gecertificeerde meter nodig (RVO, handreiking 2026). MID staat voor Measuring Instruments Directive, een Europese richtlijn die eist dat een meter eerst gekeurd en nauwkeurig genoeg is, voordat de meetgegevens officieel gebruikt mogen worden, bijvoorbeeld om geld mee te verdienen. Lees meer over het belang van zo'n meter in het artikel over MID-gecertificeerde laadpalen.
ERE-certificaten aanvragen: stap voor stap
ERE-certificaten aanvragen betekent in de praktijk dat u de geladen stroom laat registreren en laat inboeken bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), meestal via een tussenpartij. Levert een bedrijf meer dan 2 miljoen kWh elektriciteit per jaar aan het eigen wagenpark of aan anderen, dan boekt het dit zelf in bij de NEa. Is de jaarlevering minder dan 2 miljoen kWh, dan loopt de registratie via een tussenpersoon: de inboekdienstverlener. Deze partij zet de geleverde kWh's om in ERE's en verkoopt die aan brandstofleveranciers die aan hun BTV-verplichting moeten voldoen.
Een inboekdienstverlener vraagt meestal om een beperkt dossier: een kopie van het energiecontract op naam van de eigenaar, de meetgegevens of toegang tot het meterportaal, en een rekeningnummer waarop de vergoeding wordt bijgeschreven. Het energiecontract moet daarbij aan een paar voorwaarden voldoen: de naam op het contract moet overeenkomen met de naam van de meterhouder, het leveringsadres moet kloppen met het adres van de laadpaal, en het contract moet lopend zijn op het moment van aanmelding. Ontbreekt een van deze onderdelen, dan vraagt de dienstverlener vrijwel altijd om aanvulling voordat de eerste inboeking plaatsvindt. Bij meerdere laadpunten komt daar vaak een overzicht per laadpaal bij, zodat duidelijk is welke meter bij welk punt hoort.
In de praktijk blijkt vaak dat de doorlooptijd tussen aanmelding en de eerste inboeking vooral wordt bepaald door de volledigheid van het dossier, en minder door de verwerkingssnelheid van de NEa zelf. De meest voorkomende vertraging ontstaat wanneer het energiecontract nog niet op de juiste naam staat, bijvoorbeeld omdat een pand recent van eigenaar is gewisseld of omdat een huurder nog als contracthouder geregistreerd staat. Wie dit vooraf controleert en het dossier in één keer compleet aanlevert, voorkomt dat de eerste registratie een of meerdere maanden opschuift.
ERE-certificaten aanmelden via een inboekdienstverlener
ERE-certificaten aanmelden gaat voor de meeste laadpaaleigenaren via een inboekdienstverlener, niet rechtstreeks bij de overheid. U sluit een overeenkomst met zo'n tussenpersoon, die registreert hoeveel elektriciteit u laadt, de ERE verhandelt en het verdiende bedrag aan u overmaakt. In de praktijk is het gebruikelijk om de koppeling met een inboekdienstverlener al mee te nemen bij de inrichting van het beheer van de laadinfrastructuur. Dat voorkomt dat een MID-meter achteraf alsnog moet worden ingebouwd of dat er maanden gemist worden doordat de registratie pas later start. Bij beheer en facturatie van laadpalen is deze koppeling daarom vaak een vast onderdeel van de inrichting, zodat eigenaren dit niet apart hoeven te regelen.
Wat levert een ERE-certificaat op?
De waarde van een ERE wisselt voortdurend, omdat die wordt bepaald door vraag en aanbod op de certificatenmarkt. Een vast bedrag per certificaat bestaat dus niet, en de prijs kan gedurende het jaar fluctueren. In de praktijk is het verstandig om richting VvE-leden of huurders altijd te spreken over een indicatieve bandbreedte in plaats van een vast bedrag, juist omdat de marktprijs tussentijds kan dalen of stijgen.
Uitgangspunten: 3.000 kWh geladen stroom per jaar en een gemiddelde vergoeding van ongeveer €0,10 per kWh (Rijksoverheid, 2026). Op basis van deze aannames komt de opbrengst in dit fictieve voorbeeld uit op ongeveer €300 per jaar, nog vóór aftrek van de vergoeding van de inboekdienstverlener. Bij een laadplein met meerdere laadpunten loopt het totaalbedrag op naar rato van het aantal punten en het gezamenlijk geladen volume, maar blijft de opbrengst per laadpunt indicatief en niet gegarandeerd. Voor een concrete inschatting bij een groter laadplein is maatwerk nodig, omdat het werkelijke laadgedrag per locatie sterk verschilt.
| Situatie | Registratieroute | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Particulier, één laadpaal | Via inboekdienstverlener | Zorg dat de MID-meter aanwezig is en dat het energiecontract op uw eigen naam staat voordat u zich aanmeldt |
| VvE of kantoor, meerdere laadpunten | Via inboekdienstverlener, gebundeld of per laadpunt | Leg vooraf in het reglement vast wie de vergoeding ontvangt, bijvoorbeeld de eigenaar die het energiecontract op naam heeft |
| Bedrijf met meer dan 2 miljoen kWh per jaar | Rechtstreeks inboeken bij de NEa | Houd rekening met eigen administratie en rapportage richting de NEa |
ERE-certificaten bij meerdere laadpunten: gebundeld of per paal?
Bij één laadpaal is de keuze simpel, maar bij een laadplein met meerdere punten moet u kiezen tussen gebundelde registratie of registratie per laadpunt. Beide routes zijn mogelijk, maar vragen een andere administratie. Een veelvoorkomend patroon is dat eigenaren starten met een gebundelde aanmelding omdat dit minder papierwerk kost, en pas later ontdekken dat uitsplitsen nodig is zodra de opbrengst verdeeld moet worden, bijvoorbeeld tussen VvE-leden of huurders. Die omslag van gebundeld naar per paal vraagt vrijwel altijd extra administratie bij de inboekdienstverlener, omdat meetgegevens opnieuw per laadpunt moeten worden toegewezen. Dit leidt in de praktijk vaker tot fouten en tijdelijke vertraging in de periodieke overmaking dan wanneer meteen voor registratie per paal wordt gekozen.
Een omschakeling is bovendien minder verstorend op sommige momenten dan op andere. Bij voorkeur wordt een wijziging van gebundeld naar per paal doorgevoerd bij de start van een nieuw kalenderjaar of bij een contractvernieuwing met de inboekdienstverlener, omdat de meetperiodes dan netjes op elkaar aansluiten. Een wijziging midden in een lopende meetperiode zorgt vaker voor onduidelijkheid over welke kWh's nog bij de oude en welke al bij de nieuwe toewijzing horen. Het is daarom verstandig om vooraf na te denken over wie welk deel van de opbrengst ontvangt, voordat de registratie wordt ingericht. Overweegt u een laadplein op uw parkeerterrein, neem deze keuze dan mee in de planning.
ERE-certificaten voor VvE's, kantoren en parkeerterreinen
Voor vastgoedeigenaren met meerdere laadpunten kan ERE-registratie een terugkerende opbrengstenstroom opleveren die de business case voor laadinfrastructuur versterkt. Bij een kantoorpand dat onder de EPBD-verplichtingen valt en toch al laadpunten per parkeerplaats moet aanleggen, maakt de combinatie van wettelijke laadplicht en ERE-inkomsten de aanleg financieel aantrekkelijker. Lees ook hoe de EPBD IV-eisen precies werken in het artikel over laadpaal-verplichtingen onder EPBD IV.
Voor VvE's geldt een extra aandachtspunt: wie ontvangt de vergoeding, de VvE als collectief of de individuele eigenaar van de laadpaal? Een praktische oplossing die vaak terugkomt, is dat de vergoeding toekomt aan de eigenaar van de laadpaal die ook het energiecontract op zijn naam heeft, terwijl de VvE in het huishoudelijk reglement of het splitsingsreglement vastlegt dat deze afspraak geldt voor alle toekomstige laadpalen in het complex. Een andere vorm die voorkomt, is dat de VvE zelf het energiecontract voor de gezamenlijke laadpunten beheert en de ERE-opbrengst verrekent met de gezamenlijke kosten van het complex, zodat alle eigenaren meeprofiteren in plaats van alleen de eigenaar van de laadpaal. In de praktijk blijkt dat fragmentatie, oftewel laadpunten verspreid over meerdere eigenaren zonder onderlinge afspraak, de grootste bron van discussie achteraf is, zeker wanneer een laadpaal van eigenaar wisselt. Zonder zo'n vastgelegde afspraak ontstaat regelmatig discussie over wie recht had op de vergoeding over een bepaalde periode. Dat is precies waar het artikel ERE-certificaten bij de VvE verder op ingaat.
Voor werkgevers met leaseauto's die thuis laden, is relevant dat de ERE-vergoeding geen loon vormt in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 (Belastingdienst, 2026). Dat voorkomt discussie over fiscale bijtelling bij thuisladen van zakelijke auto's. De bredere achtergrond van de BTV-regeling staat uitgewerkt in het artikel over RED III en de Brandstoftransitieverplichting.
Veelgemaakte fouten bij het aanvragen van ERE-certificaten
Een paar valkuilen komen vaker terug bij eigenaren die voor het eerst ERE-certificaten willen aanvragen.
- Geen MID-meter aanwezig. Zonder geijkte meter is registratie niet mogelijk. Controleer dit bij aanschaf van een nieuwe laadpaal of bij vervanging van een oudere paal. Bij een slimme laadpaal die aan de NTA 8043-norm voldoet, zit de MID-meting er in de regel al standaard in.
- Energiecontract niet op naam van de eigenaar. Staat het contract op naam van een huurder of exploitant, dan kan de werkelijke eigenaar vaak geen aanspraak maken op de vergoeding. Leg dit vooraf contractueel vast en controleer of naam, adres en looptijd van het contract overeenkomen met de situatie van de laadpaal.
- Een vaste opbrengst beloven aan leden of huurders. Omdat de ERE-prijs schommelt met vraag en aanbod, is een vast bedrag per jaar niet te garanderen. Communiceer de opbrengst als indicatief, bijvoorbeeld als bandbreedte in plaats van een vast getal.
- Registratie pas achteraf regelen. Wie de koppeling met een inboekdienstverlener pas regelt nadat de laadpaal al lange tijd draait, loopt gemiste maanden mis. Neem dit mee bij de inrichting van het beheer, liefst voordat de laadpaal in gebruik wordt genomen.
- Verdeling bij meerdere laadpunten niet vooraf regelen. Bij een gebundelde registratie van een laadplein is het achteraf uitsplitsen van de opbrengst per laadpunt vaak omslachtiger dan vooraf kiezen voor registratie per paal, zeker als de eigenaren daarna wisselen. Wijzig dit bij voorkeur rond de jaarwisseling of bij vernieuwing van het contract met de inboekdienstverlener.
De meeste van deze fouten gaan niet over de techniek van de MID-meter, maar over afspraken: wie ontvangt de vergoeding, en wanneer start de registratie. Wie dit vooraf vastlegt, voorkomt discussie achteraf en beperkt het risico op gemiste maanden.
Overweegt u laadinfrastructuur aan te leggen of uit te breiden voor uw VvE of bedrijf, en wilt u weten wat dit voor uw situatie betekent, inclusief de mogelijkheden rond ERE-certificaten? Vraag een vrijblijvende offerte aan.




